Het gebeurt zo vaak en het gaat ook zo vaak mis. Partijen starten een samenwerking en stellen het maken van uitspraken nog even uit. “Komt nog wel”, “Nu even geen tijd voor”, “Daar komen we straks wel uit”.

In de volgende situatie hadden partijen zaken op hun beloop gelaten. Achteraf, toen er betaald moest worden, volgde de discussie alsnog.

Wat was er aan de hand?

Een ontwerper heeft meegedaan aan een prijsvraag van de gemeente Den Haag en is één van de drie winnaars. Gemeente Den Haag nodigt de winnaars uit, om zich in te schrijven op de aanbesteding voor de totstandkoming van het project, de ‘tender’.

De ontwerper besluit om mee te doen en benadert hiervoor een ontwikkelaar. Partijen treden in onderhandeling over de financiële afspraken voor deze samenwerking.

De ontwikkelaar stelt voor de ontwerper een vergoeding ter hoogte van € 20.000 te betalen als de aanbesteding hen niet gegund wordt. Hierop volgt een gesprek en nog een schriftelijk voorstel van de ontwerper. De ontwikkelaar reageert hier niet meer op. Wel gaan partijen verder met hun werkzaamheden voor de aanbesteding en dienen het voorstel in. Tijdens dit proces komt de ontwerper nog enkele keren terug op de afspraken over een vergoeding. De ontwikkelaar reageert niet en lijkt ondanks meerder pogingen van de ontwerper niet bereid tot overleg. In een laatste poging beroep de ontwerper zich op het standpunt “Wie zwijgt stemt toe”.

Helaas winnen partijen de tender niet. De ontwerper stuurt de ontwikkelaar een factuur ter hoogte van € 47.500, gebaseerd op zijn laatste voorstel. De ontwikkelaar laat de facturen onbetaald en verzoekt om een aangepaste factuur ter hoogte van € 20.000, op basis van hun eigen eerste voorstel.

Samenwerkingsovereenkomst of overeenkomst van opdracht?

De gang naar de rechter volgt. Die mag zich in eerste instantie buigen over de vraag of hier sprake is van een overeenkomst van opdracht of van een samenwerkingsovereenkomst.

Ontwerper stelt zich op het standpunt dat er sprake is van een overeenkomst van opdracht. De ontwikkelaar zou de ontwerper de opdracht hebben gegeven om werkzaamheden te verrichting ten behoeve van de aanbesteding. Op basis daarvan heeft hij een wettelijk recht op een redelijk loon.

Ontwikkelaar ontkent dat er sprake is van een overeenkomst van opdracht. Ontwerper heeft namelijk eerder al meegedaan aan een prijsvraag en heeft vervolgens ontwikkelaar benaderd om samen te werken voor de aanbestedingsprocedure. Er is dus sprake van een samenwerkingsovereenkomst.

De rechtbank volgt de stelling van de ontwikkelaar. Uit het voortraject blijkt dat de ontwerper de ontwikkelaar heeft benaderd voor een samenwerking ten behoeve van het aanbestedingsprocedure. Dat maakt dat een overeenkomst van opdracht niet voor de hand ligt. Daarnaast staat in de begeleidende brief bij de inschrijving op de aanbesteding vermeld, dat partijen een samenwerking zijn aangegaan. Tot slot is ook het feit dat er tussen partijen is gesproken over een vergoeding geen reden om te oordelen dat er sprake is van een overeenkomst van opdracht. Er zijn immers veel overeenkomsten denkbaar waarbij betaling van een vergoeding wordt afgesproken.

De rechtbank gaat uit van een samenwerkingsovereenkomst waarbij partijen op voet van gelijkwaardigheid werkzaamheden ten behoeve van de tender hebben verricht. De volgende vraag is dan welke vergoeding partijen zijn overeengekomen.

Vergoeding?

Het volgende discussiepunt is de hoogte van de vergoeding.

De ontwerper stelt zich op het standpunt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over haar laatste aanbod, namelijk een bedrag van € 47.500. De ontwikkelaar bestrijdt dat er een vergoeding is overeengekomen. Partijen hebben allebei één of meerdere voorstellen gedaan, maar er is geen enkel voorstel aanvaard. De ontwikkelaar vindt dat partijen moeten terugvallen op het algemene uitgangspunt dat partijen bij een aanbesteding elk hun eigen kosten dragen.

De rechter gaat niet mee in het ‘Wie-zwijgt-stemt-toe-standpunt’ van de ontwerper. Juist het feit dat de ontwerper zoveel pogingen heeft ondernomen om alsnog akkoord van de ontwikkelaar te krijgen voor haar voorstel, maakt duidelijk dat de ontwerper er niet op vertrouwde dat partijen overeenstemming hadden bereikt. De ontwikkelaar krijgt nog wel een veeg uit de pan, dat hij best even de moeite had kunnen nemen om te reageren op de berichten die hij van de ontwerper kreeg.

De rechter gaat ook niet mee in de stelling van de ontwikkelaar dat er helemaal geen vergoeding is afgesproken. In alle communicatie tussen partijen wordt immers gesproken van enige vorm van een vergoeding. De rechter oordeelt dat de ontwerper ten minste het aanbod van de ontwikkelaar heeft aanvaard. Dat een hogere vergoeding is overeengekomen is niet komen vast te staan. De ontwikkelaar moet de ontwerper dus € 20.000 betalen.

Conclusie

En zo eindigt ook deze samenwerking in een conflict dat uiteindelijk door de rechter beslist moet worden. En waarom? Omdat de samenwerking niet goed verliep? Omdat een van de partijen zijn afspraken niet nakwam? Nee, dit conflict is alleen maar ontstaan omdat partijen niet de moeite hebben genomen om goede afspraken te maken en ze vast te leggen. Ze zijn begonnen en hebben gedacht: ‘die afspraken komen later nog wel’.

Overweeg jij om een samenwerking aan te gaan? Stel het maken van afspraken niet uit en neem er voldoende tijd voor. Behoefte aan overleg? Neem dan gerust contact met me op.

 

Meer lezen?

Opdracht of samenwerking?

Leg afspraken schriftelijk vast!