Veel samenwerkingen worden vormgegeven in een overeenkomst van opdracht. De opdrachtgever regelt voor zichzelf dan vaak zoveel mogelijk vrijheid om wel of geen gebruik te maken van opdrachtnemer. Op zich prima, maar het is wel goed je te realiseren dat opdrachtnemer dan ook veel ruimte heeft om andere verplichtingen aan te gaan en dus ‘nee’ moet zeggen op het moment dat opdrachtgever een beroep op hem doet. Wil je als opdrachtgever meer zekerheid over de beschikbaarheid van je opdrachtnemer? Dan zul je zelf ook verdergaande verplichtingen aan moeten gaan.

De ‘vrijheid’ van een overeenkomst van opdracht nader bezien.

Per 1 januari 2019 sluiten een golfclub en een golfpro een samenwerkingsovereenkomst voor de duur van één jaar. Kern van de samenwerking is dat de golfpro golfactiviteiten gaat verzorgen voor klanten van de golfclub, zoals privélessen, groepslessen, jeugdlessen, golfclinics en bedrijfsdagen. In de overeenkomst is ook een geheimhoudingsbeding opgenomen.

In mei 2019 geeft de golfpro aan de samenwerkingsovereenkomst te willen beëindigen, althans zijn werkzaamheden te gaan beperken. Partijen treden hierover in overleg, maar komen niet tot overeenstemming. Bij brief van 29 mei 2019 stelt de golfclub de golfpro in gebreke en legt een boete op wegens schending van de geheimhoudingsplicht. Op 12 juni 2019 ontbindt de golfpro de samenwerkingsovereenkomst, omdat de golfclub zijn facturen niet meer betaalt. Op 22 juli 2019 meldt de golfpro zich per e-mail ziek. Partijen maken de gang richting de rechter.

Standpunten golfclub

De golfclub stelt zich op het standpunt dat zij schade heeft geleden door de opzegging van de overeenkomst door de golfpro en het daarmee samenhangende gedrag. De schade wordt begroot op € 5.775 aan gederfde inkomsten en ruim € 2.000 wegens opgezegde abonnementen door leden. Daarnaast stelt de golfclub dat de golfpro heeft gehandeld in strijd met het geheimhoudingsbeding. De golfclub verwijt de golfpro dat hij aan leden van de club zou hebben aangegeven dat hij zijn werkzaamheden bij de golfclub wenst te beëindigen. Volgens de golfclub had de golfpro dat niet mogen doen op grond van het geheimhoudingsbeding.

Standpunten golfpro

De golfpro vordert een verklaring voor recht dat de samenwerkingsovereenkomst is ontbonden, vanwege het onbetaald laten van openstaande facturen. Verder stelt hij dat hij schade heeft geleden ten gevolge van onrechtmatig handelen door de golfclub. Hij is van mening dat zijn bedrijfsvoering ernstig werd belemmerd door het handelen van golfclub. Hierdoor heeft hij geen lessen meer kunnen geven en inkomsten gederfd.

Oordeel rechter

Ten aanzien van de standpunten van partijen oordeelt de rechter als volgt:

  • Uit de samenwerkingsovereenkomst blijkt niet dat de golfpro verplicht is om een minimum aan uren of activiteiten te verrichten voor de golfclub. De overeenkomst lijkt er juist op gericht om elkaar zoveel mogelijk vrijheid te gunnen. Omdat er geen minimum aan uren of activiteiten is overeengekomen, is er ook geen sprake van een tekortkoming in de nakoming.
  • De rechter vindt het informeren van leden van de golfclub door golfpro dat hij de samenwerking met de golfclub wenst te beëindigen geen schending van het geheimhoudingsbeding. Er is immers geen sprake van ‘vertrouwelijke informatie van de golfclub, zoals bedrijfsgegevens, financiële of technische gegevens, of het klantenbestand waarover zij in het kader van de overeengekomen werkzaamheden de beschikking heeft gekregen’, zoals opgenomen in het geheimhoudingsbeding.
  • De rechter ziet niet in waarom het vertrek van bepaalde leden is toe te rekenen aan het doen of nalaten van de golfpro, dan wel aan de eenzijdige opzegging van de samenwerkingsovereenkomst.
  • Ten aanzien van de ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst door golfpro, is de rechter van mening dat golfpro niet voldoende heeft onderbouwd dat zijn facturen opeisbaar waren. De golfpro heeft geen facturen overlegd. In deze procedure vordert hij verder ook geen betaling van deze facturen. Om die reden kan de rechter ook niet beoordelen of de ontbinding terecht was.
  • De golfpro heeft alleen maar gesteld dat de golfclub hem belemmert in het uitvoeren van zijn werkzaamheden. Hij heeft dit niet verder toegelicht. Dat vindt de rechter onvoldoende. Golfpro geeft immers zelf aan dat de zaak escaleerde nadat hij nog maar één dag beschikbaar wilde zijn. Daarnaast kondigde hij aan de overeenkomst met wederzijds goedvinden wilde ontbinden, omdat hij wilde terugkeren naar zijn Limburgse roots.

Conclusie

Geen van beide partijen heeft zijn stelling fatsoenlijk onderbouwd. De rechter wijst dan ook alle vorderingen af. Zonde weer van al die tijd en energie. Als partijen bij voorbaat meer aandacht zouden hebben besteed aan hun wederzijdse verwachten, was dit verhaal waarschijnlijk anders afgelopen.

Het lijkt mooi om een overeenkomst aan te gaan met zo min mogelijk verplichtingen. Vaak heeft dat als consequentie dat ook de wederpartij weinig verplichtingen heeft. Dat is wel iets om even bij stil te staan.

Behoefte aan overleg over een samenwerking? Neem dan gerust contact op. Dan drinken we een kop koffie.

Uitspraak kantonrechter

Meer lezen?

Opdracht of samenwerking?

Regel het einde van je samenwerking goed