Het gebeurt met grote regelmaat: partijen die een samenwerking aangaan om een applicatie op de markt te brengen. En dat gaat helaas niet altijd goed, zo illustreert ook deze uitspraak van de rechtbank Den Haag.

De samenwerking

Cerme ICT BV drijft een onderneming die een breed scala aan ICT-diensten aanbiedt, waaronder digitale kassasystemen. Jansen (fictieve naam) is ook beroepsmatig actief in de ICT, met name in het ontwikkelen van software.

In de periode 2002 – 2003 heeft Jansen het softwareproduct Mega-Kassa ontwikkeld, een computerprogramma dat kan worden geïnstalleerd op een kassasysteem en de gebruiker een volledige beheertoepassing biedt. Mega-Kassa is vooral bedoeld voor het MKB.

Tussen 2003 en 2005 heeft Cerme meerdere licenties van het programma Mega-Kassa van Jansen gekocht met de bedoeling deze te verkopen aan haar klanten in Nederland.

Op initiatief van Cerme zijn partijen met ingang van 1 januari 2005 een vennootschap onder firma aangegaan (hierna: de VOF). De VOF hield zich bezig met de verkoop van het programma Mega-Kassa in Nederland en de daarmee te behalen winst zou worden verdeeld volgens de sleutel 51% voor Cerme en 49% voor Jansen.

Einde van de samenwerking

In maart 2010 hebben partijen hun samenwerking beëindigd. Cerme heeft het aandeel van Jansen in de VOF gekocht. In de koopovereenkomst is onder meer opgenomen:

  1. Verkoper verkoopt aan koper de onderneming, waar onder begrepen het tot het bedrijf behorende auteursrecht van de software en alle rechten van intellectuele of industriële eigendom op alle op basis van de overeenkomst ontwikkelde of ter beschikking gestelde programmatuur, apparatuur of andere materialen.
  2. De koopsom bedraagt € 17.000 te betalen in 10 termijnen van € 1.700.
  3. Jansen zal altijd source-code van de Software Mega-kassa in handen hebben. Hij zal op zijn manier zijn programma’s kunnen blijven ontwikkelen. Hij zal Mega-Kassa in ALLE landen kunnen verkopen. Voor de verkoop in Nederland zal hij licenties van Cerme moeten kopen. Jansen mag in geen geval direct of indirect producten die op Mega-Kassa lijken of dezelfde functies vervullen op de Nederlandse markt brengen buiten Cerme om.

Cerme heeft de beschikking gekregen over de broncode van het programma Mega-Kassa en is op eigen naam doorgegaan met de verkoop en verdere ontwikkeling van dit programma.

Inbreuk op auteursrecht?

Eind 2015 heeft Cerme geconstateerd dat de in Eindhoven gevestigde vennootschap Megasat24 B.V. (verder: Megasat24) een softwareproduct met de naam BLC Kassa aanbiedt. Cerme heeft dit programma onderzocht en meent dat dit een nagenoeg exacte kopie is van het programma Mega-Kassa.

Cerme stelt zich bij brief van 24 december 2015 aan Megasat24 op het standpunt dat het programma BLC Kassa inbreuk maakt op de aan Cerme toekomende rechten op het programma Mega-Kassa. Ze sommeert Megasat24 tot het betalen van licentievergoedingen of het aanbieden van het programma BLC Kassa onmiddellijk te staken en gestaakt te houden.

Megasat24 bestrijdt dat sprake zou zijn van inbreuk op auteursrechten. Zij stelt dat het programma BLC Kassa voor haar op maat is ontwikkeld en geprogrammeerd door het in Turkije gevestigde softwarebedrijf Ekip, dat daarbij zelf de bron- en doelcodes zou hebben opgemaakt. Daar voegt Megasat24 aan toe dat Cerme op het programma Mega-Kassa geen rechten van intellectuele eigendom heeft, aangezien die rechten al in 2009 door Jansen aan Ekip zijn verkocht en geleverd.

Ter onderbouwing stuurt Megasat24 aan Cerme een kopie van de overeenkomst waarbij Jansen de software inclusief de intellectuele en industriële eigendomsrechten en verkooprechten, inclusief broncodes in de ruimste zijn van het woord heeft verkocht.

De rechter

Cerme sleept Jansen vervolgens voor de rechter.

De rechter heeft twee vragen te beantwoorden. De eerste vraag betreft de verwikkelingen rond het intellectuele eigendomsrechten op het programma mega-Kassa. Het tweede onderwerp betreft de vraag of Jansen het verbod om producten die op Mega-Kassa lijken direct of indirect op de Nederlandse markt te brengen, heeft overtreden.

Het intellectueel eigendomsrecht

De vorderingen van Cerme zijn gebaseerd op de stelling dat Jansen de auteursrechten op het programma Mega-Kassa volledig heeft overgedragen aan de VOF. Jansen bestrijdt dat deze overdracht heeft plaatsgevonden. Volgens Jansen is de VOF uitsluitend opgericht om de distributie van het programma Mega-Kassa gezamenlijk ter hand te nemen. Jansen zegt voorts uitdrukkelijk als voorwaarde te hebben gesteld dat de intellectuele eigendomsrechten van hem zouden blijven en dat hij de broncode voor dit programma zou behouden.

Voor de overdracht van de intellectuele eigendomsrechten op software (auteursrecht) is een schriftelijke overeenkomst vereist. Dit had bijvoorbeeld in de VOF-akte kunnen worden opgenomen. Jansen heeft aangevoerd dat een dergelijke overeenkomst nooit is opgesteld. Cerme voert aan dat zij € 20.000 heeft betaald bij de aanvang van de VOF. Dat is echter niet voldoende om aan te tonen dat het intellectuele eigendom is ingebracht in de VOF.

Cerme krijgt van de rechter de bewijsopdracht om aan te tonen dat het auteursrecht is ingebracht of overgedragen aan de VOF.

Als Cerme dit niet kan bewijzen, zijn de auteursrechten dus ook niet ingebracht bij de oprichting van de VOF. Als ze niet zijn ingebracht kunnen ze ook niet bij de beëindiging van de VOF zijn overgedragen aan Cerme. Rechten die je niet hebt, kun je niet overdragen.

Als Cerme wel kan bewijzen dat de auteursrechten zijn ingebracht in de VOF, behoorden de auteursrechten op de software toe aan de vennoten gezamenlijk. In dat geval was Jansen niet bevoegd om de auteursrechten te verkopen aan Ekip. Door dat wel te doen, heeft Jansen zodanig onzorgvuldig gehandeld dat dit zowel een schending van de vennootschapsovereenkomst als een onrechtmatige daad naar Cerme oplevert.

Het concurrentiebeding

Op grond van de overeenkomst van 12 maart 2010 is het Jansen verboden (direct of indirect) een met Mega-Kassa vergelijkbaar product op de markt te brengen dan wel anderen daarbij (direct of indirect) bij te staan of te ondersteunen. Deze bewoordingen kunnen niet anders worden gelezen dan dat voor het verbeuren van de contractuele boete een actieve en bewuste betrokkenheid van Jansen is vereist.

De rechtbank vindt dat Cerme onvoldoende concrete feiten en omstandigheden gesteld die de conclusie rechtvaardigen dat Jansen in relevante mate betrokken is geweest bij de introductie en verdere verkoop van het programma BLC Kassa van Megasat24. Dat BLC Kassa een nagenoeg exacte kopie is van Mega Kassa en dat Megasat24 in het verleden een reseller van Jansen is geweest, schept in dit verband hooguit een begin van een vermoeden. Zonder nadere feiten en omstandigheden kan daarmee echter nog niet de stap worden gemaakt naar een actieve en welbewuste rol van Jansen. De overtreding van het concurrentiebeding kan ook niet worden gegrond op het feit dat Jansen het programma Mega-Kassa aan Ekip heeft verkocht. Deze verkoop heeft immers al in 2009 plaats gevonden, voor het aangaan van de koopovereenkomst van 12 maart 2010.

De rechtbank wijst de vorderingen met betrekking tot de overtreding van het concurrentiebeding dan ook af.

Conclusie

Bovenstaande rechtszaak geeft het belang weer van het goed regelen van een samenwerking. Cerme heeft in totaal € 37.000 (€ 20.000- bij aanvang van de VOF en € 17.000 bij ontbinding van de VOF) aan Jansen betaald in de veronderstelling dat hij het auteursrecht op de software in handen kreeg en daarmee het alleenrecht om de software in Nederland op de markt te brengen. Hij blijft echter met “lege” handen achter omdat partijen bij aanvang van de samenwerking de afspraken niet goed op papier hebben gezet. Dit had voorkomen kunnen worden met een goede overeenkomst aan het begin van de samenwerking, Al was het maar omdat bij het opstellen van die overeenkomst al duidelijk was geworden dat beide partijen iets anders voor ogen hadden met de samenwerking.